Joost van den Vondel publiceerde in 1643 een serie gedichtjes over de twaalf maanden. Omdat het februari is presenteren we hier zijn gedicht ‘Sprokelmaent’.
Sprokelmaent.
De Sprokelmaent braveert, en schaft patrijs-pasteien,
En lamsbout, en kalkoen, en rundervleesch, en speck:
Dees wapenen den buick met voorraat, voor gebreck,
Nu Vastenavont hem noch gunt zijn volle weien.
Al brast en zwelgt de buick; vergeef het hem dees reis:
Want veertigh dagen visch valt lastig voor zijn vleisch.
Achtergrond
De twaalf gedichten zijn van oorsprong bijschriften bij allegorische schilderijen door Joachim von Sandrart, destijds werkzaam in Amsterdam en bevriend met Vondel. Het schilderij van deze maand zie je hiernaast en de tekst laat zich dan vrij gemakkelijk verklaren. Braveeren betekent iets als ‘pronken’, volle weien staat voor ‘volop genieten’ en reis voor ‘een keertje’. De katholieke dichter beschrijft het symbolische Vastenavond-tafereel met dezelfde moddervette knipoog als Sandrart.
Taaltechniek
De dichtregels zijn alexandrijnen, de vorm van Vondels bekende toneelregel Het hemelsche gerecht heeft zich ten lange lesten. De opsommming van de lekkernijen is een bewust gebruikte stijlfiguur, een enumeratio. Ook de herhaling van het voegwoord ‘en’ is een stijlfiguur, een polysyndeton. Vondel speelt een beetje vals door voor het rijm te spreken van meerdere pasteien, want we zien er maar één. De slotregel is bijna een slagzin door de parallelle opbouw, de klankherhalingen en de dubbelzinnigheid van ‘vleisch’.
De alexandrijn is uit de mode, maar niet heel erg moeilijk om te leren beheersen: taDAMtaDAMtaDAM taDAMtaDAMtaDAM(ta). Een snelle oefening is om bijvoorbeeld een boodschappenlijstje in de vorm van Vondels gedicht hierboven te schrijven. Of, makkelijker, schrijf één tekstbericht in een alexandrijn.
Tips: zoek bijvoorbeeld eerst een beginnetje voor de eerste regel in het jambe-metrum: taDAMtaDAM of taDAMtaDAMtadAM. Bijvoorbeeld: vanDAAG maak IK eens NIET. Je hebt dan de eerste helft van de alexandrijn staan. NB: je eindigt hier niet middenin een woord. In de tweede helft vul je aan, in dit geval bijvoorbeeld: vanDAAG maak IK eens NIET mijn ALleDAAGse PASta.
——————
Verantwoording